Een paar jaar geleden heb ik door Thailand, Vietnam en Cambodja gereisd. Voor een vegetariër zijn deze landen werkelijk een walhalla. Elke menukaart is rijk aan allerlei soorten vegetarische gerechten die stuk voor stuk hartstikke lekker zijn. Door deze ervaring ging ik ervan uit dat Indonesië ook zo ‘vega-vriendelijk’ is. Vrolijk bestelde ik in Jakarta eten op straat, in de veronderstelling dat het volledig vegetarisch was. Maar er bleek wat anders aan de hand te zijn…

Tijdens mijn eerste dag in de Indonesische hoofdstad zwierf ik door de straten, langs de verschillende eetstalletjes, op zoek naar een lekkere maaltijd. Eenmaal bij een eettentje aangekomen, plofte ik op een  plastic krukje en bestelde een soep. Voor de zekerheid had ik met handen- en voetentaal het vrouwtje achter de kraam duidelijk gemaakt dat ik geen vlees eet. Ik had zelfs meerdere malen hoofdgeschuddend de kipstukjes aangewezen. Het leek of het vrouwtje me begreep en binnen twee minuten zette ze een grote kom soep voor mijn neus neer. Lekker, dacht ik, en grijzend nam ik mijn eerste hap.


De dame van het eettentje had netjes de kip eruit gelaten en met een gerust hart begon ik aan mijn maaltijd. Enthousiast lepelde ik de soep naar binnen. Ik had behoorlijke honger gekregen na mijn wandeltocht. Ook schraapte ik de laatste restjes soep uit de kom en realiseerde me dat ik nog steeds honger had. Ik speurde de omgeving af en ontdekte een kraam met rijstgerechten. Ook lekker, waren mijn gedachten. Ik sprong op en liep met grote verwachtingen op de kraam af.

Vrolijk wees ik de man achter de kraam de groenten aan die ik bij mijn rijst wilden. Zodra ik mijn bord overhandigd kreeg, beende ik weer terug naar mijn plekje. Mijn tweede gerecht was ook gauw in mijn buik verdwenen. Door al het vliegtuigeten van de dag ervoor had mijn lichaam blijkbaar even een goede bodem nodig.


Nadat ik mijn tweede gerecht had opgegeten, keek ik tevreden voor mij uit naar alle voorbijgangers op straat. Op een gegeven moment viel mijn oog op het vrouwtje waar ik mijn soep had besteld. Driftig gooide zij allerlei ingrediënten in een pan voor de bereiding van een nieuwe soep. Vervolgens viel mijn oog op de desbetreffende ingrediënten die in de pan werden gegooid. En wat ik toen zag: half afgekloven kippenbotjes.

De alarmbellen begonnen direct bij mij te rinkelen: hoe kan ik daar niet aan heb gedacht? Deze soep is  gemaakt op basis van kippenbouillon (vandaar de naam ‘Soto Ayam’, wat kippensoep betekent). Maar mijn realisatiemoment bleef niet alleen bij de kippenbouillon. Nee, er was meer aan de hand! Ik schraapte nog wat saus van mijn bord en legde het op mijn tong. Het zag er vrij vettig uit en ik realiseerde me: dit is gewoon jus. Voor de zekerheid ben ik naar het tweede stalletje teruggelopen om te checken of mijn vermoedens klopte. En inderdaad, ook de saus kwam uit een pan met daarin kipstukjes.

Gelukkig moest ik een beetje om mezelf lachen en zie ik het vooral als leermoment: het is in Indonesië minder gebruikelijk om een vegetariër te zijn. Ook als je aangeeft dat je geen vlees wil, dan realiseren Indonesiërs zich, over het algemeen, niet dat je dan bijvoorbeeld ook geen kippenbouillon eet. Omdat ik wilde voorkomen dat dit me nog een keer overkwam, heb ik meteen opgezocht welke Indonesische gerechten wél standaard vegetarisch zijn. En ik zeg tegenwoordig altijd: ‘saya tidak makan daging’. Dit betekent ‘ik eet geen vlees’.

 

If you like my article - share it!